Uitgeverij Weegbree

Advocaat met eigen praktijk 

                                    een feuilleton

Alanya met Rode Toren
Advocaat met eigen praktijk is eerder gepubliceerd geweest in Dagblad van het Noorden, Nederland

DEEL EEN

Ze kwam hem vaag bekend voor maar dat was niet de reden dat zij hem opviel. Net zomin als het feit dat ze er goed uitzag, dat had hij pas in tweede instantie geconstateerd. Nee, zijn interesse was vooral gewekt door de manier waarop ze daar liep, met in haar ene hand haar sandalen en in de andere een soort van aktetas. Herman schatte haar op een jaar of veertig, maar ze stapte bijna meisjesachtig door de branding en het leek haar niet te deren dat haar rok nat werd door het opspattende water. Hij bleef naar haar kijken tot ze uit zijn gezichtsveld verdwenen was.
De volgende dag, juist toen hij samen met Michael en Iris een zandkasteel had gemaakt, zag hij haar weer. Hij kwam zo snel overeind dat hij even stond te duizelen, waarop Anja bezorgd vroeg wat er was. “Niets hoor kind”, stelde hij haar gerust, “ik moet even de benen strekken” en haastte zich achter de vrouw met de aktetas aan. Hij haalde haar in en bleef een meter of twee voor haar lopen en zorgde ervoor dat haar schaduw niet uit zijn blikveld verdween. Af en toe hield hij zijn pas in zodat het leek of ze samen door de branding liepen, maar nooit voor lang en hij durfde ook niet goed naar haar om te kijken.
Nadat hij zo een tijdje in haar nabijheid gelopen had, vroeg hij zich ineens af wat hij eigenlijk aan het doen was. Zelfs als hij het lef zou hebben haar aan te spreken, had hij nog het probleem in welke taal. Ze was duidelijk geen Turkse maar verder kwam half Europa in aanmerking als zijnde haar land van herkomst. Bovendien geneerde hij zich voor het teveel aan kilo’s dat over zijn zwembroek hing. En ook als dat geen probleem zou zijn; wat moest hij in godsnaam met een vakantieliefde? Hij was een ouwe gek.
Toen hij bij Anja en de kinderen terugkwam, keek Anja hem vragend aan: “Wat had jij nou ineens?”
Hij haalde zijn schouders op, hurkte bij Iris neer en vroeg: “Hé meidje van me, ga jij met opa mee ijsjes uitzoeken?”
Het was Anja’s idee geweest om in de herfstvakantie samen een week naar Turkije te gaan. John kon moeilijk weg van de zaak en Anja ging niet graag alleen met de kinderen op stap. Eerst had hij geopperd dat Michael en Iris wel een week bij hem konden logeren zodat Anja met een vriendin zou kunnen gaan. Turkije leek hem niets. Het was Heleen geweest die hem had overgehaald toch te gaan. Niet zozeer door haar woorden maar simpelweg door de poging zelf. Als ook Heleen vond dat hij moest gaan, moest hij wel akkoord gaan. Ze waren samen nieuwe kleding gaan kopen en ook had ze nog een reisgids voor hem gehaald. Pas toen Heleen op Schiphol met een knipoog naar Anja had gezegd dat hij in zijn nieuwe outfit beslist in de smaak zou vallen bij de dames, vroeg hij zich af of de beide zussen het hele plan niet samen bekokstoofd hadden. Het stak hem dat Heleen het nu kennelijk met Anja eens was en ook vond dat hij vier jaar na het overlijden van Marion maar weer eens op zoek moest naar een nieuwe levensgezellin.
Heleen en hij, ze waren altijd twee handen op één buik geweest. Zijn contact met Anja was altijd minder vanzelfsprekend geweest, hij had altijd meer moeite moeten doen. En Anja waarschijnlijk ook, bedacht hij met een lichte zucht toen ze de volgende ochtend samen naar de ontbijtzaal liepen. Herman gaf haar een hartelijk klopje op haar arm en zei met een gebaar naar het uitgebreide ontbijtbuffet: “Het was een goed idee van je om ons eens een weekje te laten verwennen”. De glans die in haar ogen verscheen, raakte hem. Verdorie, waarom kon hij toch niet vaker gewoon iets aardigs zeggen? Het was zo eenvoudig.
“Ik wil straks een goede camera kopen”, zei hij plotseling tegen Anja. “Toen jullie klein waren, maakte Mama altijd de foto’s. Bérgen foto’s. Dat zou ze ook gedaan hebben van Michael en Iris.” Hij staarde even voor zich uit en knikte haar toen toe: “Ik ga die taak nu op me nemen”.
En Anja zei: “Bij ons maakt John altijd de foto’s. Hij had me de camera wel mee willen geven maar ik er ben er niet handig mee”. En toen: “Het is ook goed voor je om je weer ergens op te richten, Pap”. Hij fronste even. Waarom moest ze dat nou zeggen? Hij besloot haar gelijk te geven maar de sfeer van vertrouwelijkheid tussen hen was ermee verdwenen.
De camera’s bleken In Turkije duurder te zijn dan in Nederland maar hij kon er wel een formulier bij krijgen waarmee hij op de luchthaven de belasting terug kon vragen. “Ik wil er een met een sterke zoom”, had hij gezegd. “En hij moet makkelijk te bedienen zijn”, had hij er nog aan toegevoegd. Het was een duur toestel geworden.
Op het strand probeerde hij hem uit. Anja op het ligbed, Iris ingegraven in een kuil, Michael met een emmer water. Michael en Iris samen op een grote platte kei. Hij maakte close-upopnames van opspattend water, de gezichtjes van Michael en Iris en een kleurig steentje op de grens van nat en droog. Hij was opgetogen over het zoombereik; de imposante burcht op het schiereiland liet zich gemakkelijk vastleggen. Met de zoeker zocht hij het strand af en hij was blij met de ingebouwde stabilisator die het trillen van zijn hand compenseerde toen hij haar in het vizier kreeg. Hij maakte een hele serie opnames en had vervolgens geen idee wat hij ermee moest. Anja zou ze zien als ze vroeg de gemaakte beelden op het toestel terug te kijken. Hij verwijderde de foto’s één voor één…

DEEL TWEE

’s Avonds las Herman de bijgeleverde documentatie en vond de oplossing voor het probleem. Hij zou een memorystick kopen, nieuwe foto’s maken en ze in een internetcafé van de camera op de computer downloaden en ze vervolgens op stick zetten. Hij prees zichzelf gelukkig om zijn inventieve geest maar de euforie over het vinden van een oplossing vloeide uit hem weg op het moment dat hij bedacht dat hij wel gek leek. Helemaal geobsedeerd door een onbekende vrouw. Werkelijk, hij wás een ouwe gek.

De volgende ochtend in de ontbijtzaal zag hij tot zijn verrassing dat Anja en de kinderen bij twee oudere dames aan tafel zaten. Hij bleef even aarzelend staan maar Anja wenkte hem en schoof een stoel achteruit. Onwillig ging hij zitten en begon zwijgend aan zijn ontbijt. Anja leek de vrouwen al eerder gesproken te hebben en deed nu pogingen hem bij het gesprek te betrekken. Maar hij reageerde nauwelijks en toen één van de dames hem vroeg wat voor werk hij deed, antwoordde hij: “Tandarts”, negeerde de verbaasde blik van Anja en stond op om zich nog een kop koffie in te schenken. Hij keerde niet terug naar de tafel maar bleef quasi geanimeerd staan praten met één van de hotelmedewerkers tot Anja en haar tafelgenoten klaar waren met hun ontbijt. Toen zij langs hem liepen bij het verlaten van de eetzaal, legde degene die hem naar zijn werk gevraagd had, even haar hand op zijn arm en zei: “U hebt énige kleinkinderen en een erg lieve dochter”. Hij knikte en zei stroef: “Dank u, dat vind ik ook”.
Anja bleef bij hem staan en toen de dames buiten gehoorafstand waren, vroeg ze: “Pap, waarom zei je nou in vredesnaam dat je tandarts bent?” Hij antwoordde kort: “Ik hou niet van kirrende dames”.

Marion was jarenlang redactiemedewerkster geweest bij het regionale dagblad. Op een dag had ze verteld over een onderzoek dat gedaan was naar beroepen en de vooroordelen en reacties die dat bij een eerste kennismaking opleverde. Een psychiater bijvoorbeeld kon rekenen op twee mogelijke reacties: iemand begon onmiddellijk zijn levensverhaal te vertellen uit behoefte aan aandacht en een luisterend oor of iemand trok zich acuut terug uit angst doorzien te worden. Een advocaat werd doorgaans als bijzonder aantrekkelijk gezien, vooral als het een advocaat met eigen praktijk betrof en een tandarts werkte juist afstand in de hand. Mensen hadden kennelijk moeite met iemand die het leuk vond in andermans mond te wroeten. Hij had de onderzoeksresultaten interessant gevonden en was ze nooit vergeten.
De sfeer tussen hem en Anja was nu gespannen en Herman zei in zijn eentje de stad in te willen. Hij zou later wel weer naar het strand komen. Hij slenterde wat door de straatjes en negeerde de lokkende opmerkingen van de verkopers in de tientallen kleding- en souvenirwinkeltjes. Bij een elektronicawinkel bleef hij staan en liet zijn blik over de etalage glijden. Hij keek even om zich heen, rechtte zijn schouders en stapte naar binnen.

Toen hij zich later bij Anja en de kinderen op het strand voegde, haalde hij de camera weer tevoorschijn. Hij experimenteerde nu met de repeteerfunctie en het maken van filmpjes. Hij begon er warempel steeds meer plezier in te krijgen en hij was er helemaal klaar voor toen zij weer in beeld kwam. Ze droeg een rode rok en een wit bloesje, de meest ideale combinatie voor een fotoreportage, wist hij. De foto’s zouden nog mooier zijn dan die van gisteren; wat goed dat hij nu een memorystick had!
Hij voelde zich vrolijk en maakte grapjes met Michael en gaf Anja een knipoog ten teken dat hij niet boos meer was. Ze keek naar hem op en vroeg of ze de foto’s mocht zien. Herman loog dat hij geprobeerd had de filmpjes terug te spelen maar dat het hem niet gelukt was en dat hij nu ook niet meer precies wist hoe hij terug kon naar de gemaakte foto’s. Hij hield een heel betoog om zeker te zijn dat Anja niet zou voorstellen het voor hem te proberen en beloofde haar het ’s avonds na te kijken in de gebruiksaanwijzing.

Toen Anja de kinderen naar bed bracht, zei hij nog even de stad in te willen. Hij fluisterde haar toe dat hij wat leuks voor Michael en Iris wilde kopen en ook voor haar en John en Heleen. Anja keek hem opmerkzaam aan maar zei niets en wenste hem veel plezier. Hij kuste de kinderen welterusten en keek hen na toen ze naar de lift liepen. Aan de afhangende schouders van Anja kon hij zien dat ze teleurgesteld was. Hij riep: “Ik blijf niet lang weg en als ik er niet uitkom, mag je me morgen helpen”. Ze draaide zich met een glimlach naar hem om en zei: “Daar hou ik je aan”.

Hij liep rechtstreeks naar het internetcafé dat hij ’s morgens gezien had. Toen hij de beelden op de computer zag, kon hij zijn opwinding nauwelijks verbergen en toen hij terugliep naar het hotel hield hij de stick stevig omklemd.

Hij vroeg de man achter de bar om een fles wijn en twee glazen en klopte bij Anja op de deur. Hij beantwoordde haar verraste blik met een glimlach. Samen gingen ze op het balkon zitten en hij verhaalde van de vakanties van weleer; eerst alleen met Marion, later samen met Anja en Heleen en nog later weer alleen met Marion. Hun laatste vakantie was naar Griekenland geweest. Hij zweeg, vervuld van de herinneringen. Toen gaf hij Anja een kneepje in haar hand en zei: “Het waren heerlijke jaren met je moeder. Maar geloof me, ik hou het niet tegen als ik weer een vrouw zou ontmoeten die mij weet te raken…”

DEEL DRIE

“Zullen we vandaag naar de burcht gaan?”, stelde Anja voor toen ze de volgende dag aan het ontbijt zaten, “we hebben nauwelijks iets van Alanya gezien”. Herman knikte. “Goed idee. Laten we straks meteen gaan. Dan kunnen we daar op ons gemak wat rondslenteren en hebben we de middag, als de kinderen moe zijn, weer voor het strand.”
“Ik had niet verwacht dat je het strand leuk zou vinden”, zei Anja.
“Ik zelf ook niet”, zei hij. Met een lichte aarzeling vervolgde hij: “Daarom stond ik eerst ook wat afwijzend tegenover dit vakantie-idee”. Hij wilde haar vooral niet kwetsen. Toen lachte hij en zei: “Maar voor de kinderen is het fijn en het is nu eenmaal zo dat als de kinderen het fijn hebben, het ook fijn is voor de volwassenen”.
“En als mijn vader het fijn heeft, heb ik het ook fijn”, vulde Anja aan.
Hij kneep zijn lippen op elkaar, wenste ineens vurig weer thuis te zijn. Alleen.

De klim naar het kasteel was te veel voor de kinderen en dus namen ze een taxi de kasteelberg op. Onderweg zag hij tal van plekjes en uitzichten die hij zou willen fotograferen en hij nam zich voor straks in zijn eentje terug te gaan lopen. Verwonderd vroeg Herman zich af waarom hij bij Turkije nooit aan oude culturen en beschavingen gedacht had. De goed bewaarde poorten, torens en muren met kantelen die hij zag, schepten hoge verwachtingen van de burcht. Maar dat viel tegen. De restanten stelden niet veel voor, er was weinig documentatie en hij vond het jammer van het betaalde entreegeld. Ze bleven er niet lang en met Iris in de buggy begonnen ze aan de terugweg. Als Michael moe werd, zou Anja met de kinderen een taxi terug naar het hotel nemen.
Er waren kraampjes waar vrouwen hun handnijverheidsproducten aanboden; sjaals en omslagdoeken, kleedjes, kleurig bewerkte kalebassen, zelfgemaakte kinderkleren, gebreid of gehaakt, dat wist hij niet. Terwijl hij Michael bezighield, lette hij goed op om te zien waar Anja’s belangstelling naar uitging. Hij meende dat ze de bewerkte dunne tafelkleden mooi vond; daar ging hij er deze week in ieder geval een van kopen. Ze kwamen langs een restaurant waar ‘gözleme’ aangeprezen werd. ‘Pancakes’, stond eronder. De tuin met de zitjes zag er uitnodigend uit en hij stelde voor eens zo’n Turkse pannenkoek te proberen.
Hij keek naar Anja, haar rustige bewegingen terwijl ze Iris uit de buggy haalde, haar op een bank zette en met haar praatte. Ze leek op Marion. Ze keek naar hem en Herman zag de onzekere blik in haar ogen verschijnen die hij zo verfoeide. Ze zond hem een geforceerde glimlach die hij al even geforceerd beantwoordde.
“Je lijkt op je moeder”, zei hij in een poging iets van vertrouwelijkheid tussen hen te creëren. “Zij had diezelfde rust naar jou en Heleen als jij naar Michael en Iris hebt. Ik was veel ongeduldiger.”
Ze keken van elkaar weg en hij zei zacht: “Dat spijt me”.
Hij stond abrupt op, zei tegen Michael: “Kom, we gaan kijken hoe ze hier pannenkoeken bakken”. In het voorbijgaan zou hij Anja even kunnen aanraken; een hand op haar schouder leggen, met zijn vingers haar wang strelen. Hij deed het niet.
Hij maakte foto’s van de twee vrouwen die de pannenkoeken bakten van een dun uitgerolde deeglap op een bolle hete plaat. Ze keken welwillend glimlachend naar hem op. Hij fotografeerde oude gebruiksvoorwerpen die her en der ter decoratie in de tuin gegroepeerd waren. Hij maakte een close-up van Michael die een hagedisje ontdekt had, het beestje zelf was hem te vlug af. Zijn zoeker gleed via Iris naar Anja en registreerde hoe ze met de rug van haar hand langs haar ooghoek ging.
Hij vloekte inwendig. Ze was zijn dochter! Hij hield van haar! Waarom kon hij zich niet over zijn irritatie heen zetten? Waarom ergerde hij zich überhaupt aan haar?

Ze aten de pannenkoeken die hij uitbundig prees en daarna hielp hij Anja met de kinderen en de buggy in een taxi. Hij zwaaide hen na. Op zijn gemak scharrelde Herman nu tussen de restanten oude beschaving. Hij week af van de geëigende paadjes en klauterde over rotsblokken en muurtjes. Het geheel kwam op hem over als een groot openluchtmuseum en dan ook nog eens zonder de bordjes ‘verboden te betreden’ of ‘niet aanraken a.u.b.’. Er waren ook geen bordjes met informatieve teksten maar dat deerde hem niet; hij zou toch het geduld niet kunnen opbrengen die te lezen. En dat er maar zo weinig mensen waren hier! Opnieuw voelde hij verbazing wegens het feit dat hij dit nooit verwacht had bij Turkije. Waar was zijn vooroordeel in hemelsnaam op gebaseerd? Beschaamd bedacht hij dat hij de reisgids die Heleen hem gegeven had zelfs niet had opengeslagen. Hij moest nu een beetje lachen om zichzelf; hij moest bekennen dat hij niet eens van zichzelf wist dat hij dit soort dingen leuk vond! De vakanties met Marion waren vooral gericht geweest op het vertoeven in de natuur en hij had nooit de behoefte gevoeld het anders te doen. Rondtrekken met de tent, later met de caravan, dát was voor hen de ultieme vakantie. Hij vroeg zich af wat Marion hiervan gevonden zou hebben.

Hij maakte nog een paar foto’s van het uitzicht op Alanya. De zeskantige toren prominent in beeld. Hij keek op zijn horloge, schatte de afstand tot het hotel. Te ver. Hij besloot toch maar een taxi te nemen; hij wilde niet te laat zijn.
Zij, zou ze hier wonen? Werken? Ze kwam niet op hem over als een toerist, in haar eentje door de branding stappend met haar aktetas. Ze had geen vakantiebruine teint maar wit was ze ook niet. Wie was zij?

DEEL VIER

Herman liet zich een eindje voor het hotel afzetten, zocht een doorgang naar het strand en liep het laatste stuk naar het hotel door de branding. Broekspijpen flink opgestroopt en schoenen en sokken in zijn hand. Hij vond de steentjes aan zijn voeten af en toe behoorlijk pijnlijk maar daar liet hij zich niet door weerhouden, het lopen door het opspattende water bezorgde hem een sensatie van pure vrijheid en hij meende dat ook zij dit zo moest voelen. Ze intrigeerde hem zo mogelijk nog meer.
Af en toe stond hij stil en keek om zich heen maar hij zag haar niet. Hij was al bijna bij het hotel, wat kon hij doen? Vier dagen op rij was ze hier rond deze tijd geweest. Was ze vandaag soms eerder voorbijgekomen?
“Ze is op haar kamer”, hoorde hij iemand zeggen. Verrast keek hij om en herkende de dame van het ontbijt. Tegelijkertijd realiseerde hij zich dat ze Anja moest bedoelen. Het lukte hem te glimlachen en ‘dank u’ te zeggen. Voor ze verder nog iets kon zeggen, draaide Herman zich om en slenterde het terras van het hotel op. Hij voelde haar kritische blik in zijn rug prikken. Nu voelde hij zich nog verplicht naar Anja’s kamer te gaan ook! Was er een manier om daar onderuit te komen? Bij de schuifpui van het restaurant en de eetzaal bleef hij staan, ontdeed zo goed als mogelijk zijn voeten van het grove zand en trok zijn sokken en schoenen aan. Juist toen hij zijn broekspijpen naar beneden rolde, zag hij haar. Ze was er nog!
In de lift glimlachte hij vergenoegd naar zijn spiegelbeeld. Het was leuk een ouwe gek te zijn.
Bij Anja’s kamerdeur aarzelde hij even maar koos er toen voor eerst naar zijn eigen kamer te gaan, zijn voeten te wassen en schone sokken aan te trekken. Voor hij zijn kamer verliet, pakte hij de reisgids uit zijn koffer en ging toen naar Anja.

Ze lag op bed te lezen. Iris sliep en Michael keek naar een tekenfilm. Het geluid stond uit.
“Hoe was het?”, vroeg Anja.
“Fantastisch”, antwoordde hij, “die sfeer daar. Dat ligt en staat er al honderden jaren. Het is niet zo dat de tijd er heeft stilgestaan, de tijd is eraan voorbijgetrokken. Heeft nieuwe sporen achtergelaten en oude weggevaagd”.
Hij tikte op de reisgids: “Nu ik me er iets bij voor kan stellen, wil ik erover lezen”.
Anja keek hem aan en het leek of ze iets wilde zeggen maar ze deed het niet. Hij was er blij om, al had hij geen idee wat ze zojuist had ingeslikt.
Hij zei met een blik op Iris: “Nu zij haar middagslaapje heeft gehad, kunnen we vanavond misschien nog wel een keer naar het kasteel. Vanaf hier ziet het er al mooi uit, zoals het daar in de schijnwerpers staat, maar daar boven zal het ook vast fantastisch zijn. En dan het zicht op Alanya, met alle lichtjes…”
“Zullen we daar dan ook ergens gaan eten? Het eten is hier prima hoor, maar ik wil wel eens wat anders.”
“Doen we”, zei hij.
“Mooi”, zei Anja, “ik zal Iris wakker maken, dan kunnen we nog even naar het strand. Ze heeft lang genoeg geslapen en ik wil nog even van de zon genieten”.
“Oké, ik kleed me om en dan zien we elkaar straks op het strand.”

Even later zat hij met de reisgids op een strandstoel. Hij was verrast namen aan te treffen die hij kende uit de bijbel; Tarsus, Efeze, Ur, de berg Ararat. Hij zag afbeeldingen van grotten die als kerk dienst hadden gedaan, plaatjes van delen van Romeinse tempels, grotgraven, complete ondergrondse steden, amfitheaters, badhuizen. Zelfs de oudste stad ter wereld zou zo’n 7.000 jaar voor Christus hier ontstaan zijn. En daar waren nu nog vele resten van te zien. Wat was hier veel bewaard gebleven, wat een rijkdom! Zijn ogen gleden langs de silhouetten van de burcht op het schiereiland, de helderblauwe lucht, de kalme zee.
Hij dacht aan Noorwegen, aan Schotland en aan Finland. Daar had hij zich op een heel andere manier overweldigd gevoeld soms. Een ander soort oerkracht deed daar zijn aanwezigheid gelden. Daar hadden natuurgoden hun strijd gestreden, er was met bliksems en rotsblokken gegooid, hemel en aarde waren er gespleten. Maar hier, hier was het de mensheid die gevochten had voor haar bestaan, in alle mogelijke opzichten. En deed dat nog steeds…

’s Avonds aten ze bij een restaurant met uitzicht op de haven en de toren waarvan hij inmiddels wist dat die de Rode Toren genoemd werd. Michael en Iris werden, net als in het hotel overigens, helemaal in de watten gelegd. Ze hadden slechts een hoofdgerecht besteld maar vooraf kregen ze een soort bol, opgeblazen brood waar ze stukjes af moesten scheuren en in een paar verschillende sausjes konden dopen. Het was heerlijk. Ook de koffie na was van het huis en hij was aanganaam verrast over de lage prijs die hij voor het geheel moest betalen. Zo kon je nog eens uit eten gaan!

Na het eten dwaalden ze nog wat rond op de sprookjesachtig verlichte kasteelberg. Je zou de sfeer romantisch kunnen noemen en heel even stak het hem dat hij hier met zijn dochter liep in plaats van met een geliefde. Met háár bijvoorbeeld… Onwillekeurig keek hij even om zich heen en ving toen de blik van Anja. Hij realiseerde zich ineens dat ze de hele avond wat stilletjes was geweest. Alsof ze met haar gedachten ergens anders zat. Hij sloeg een arm om haar schouder en vroeg: “Mis je John?” Daar had hij nog niet eerder aan gedacht, John was amper tussen hen ter sprake gekomen. Anja haalde haar schouders op en zei: “Dat valt wel mee, als ik thuis ben, brengen we immers ook niet zoveel tijd met elkaar door”.
Hij was ineens gealarmeerd, hield haar staande en vroeg: “Anja, kind, het gaat toch wel goed tussen jullie?”

Maandag 3 oktober deel vier
Wil je dit feuilleton delen? Geweldig! Dat kan via onderstaande knoppen


Uitgeverij Weegbree
Klaske Kassenberg
IBAN  DE31 1001 1001 2621 4881 79
BIC  NTSBDEB1XXX