Fragment uit De kolonel

Ik heb mijn wonden goed verzorgd. Ze elke dag grondig schoongemaakt zodat ze er na twee jaar en vijf maanden nog altijd als nieuw uitzien. Ik houd ze verstopt onder ruim en nonchalant zittende kleding: joggingbroeken, slobbertruien en soepjurken. Mijn zus Marleen vindt dat maar niets. “Je hebt nu lang genoeg gerouwd”, zegt ze, “het is tijd om je leven weer op te pakken” en ze boekte een tiendaagse reis voor ons naar Turkije.
Mijn zus weet wat ze wil. Of misschien juist niet. Ze heeft in haar leven zo veel vriendjes gehad dat de namen zich beginnen te herhalen en dat ze bij het verhalen van haar ervaringen spreekt over Willem 1, 2 of 3 en Thomas a of b. Ze geniet van haar vrijheid, zegt ze.
Ik houd van mijn zus. Wij hebben ook een broer, Hans, die wij Hannes noemen omdat hij zo’n grote stuntel is. Hij is slim en hij bevestigt alle vooroordelen over professors, dat ze verstrooid zijn en onhandig en de boerenlogica missen die nodig is om zich gemakkelijk in het sociale verkeer te bewegen.
Je zou kunnen zeggen dat wat Hannes te weinig heeft, Marleen misschien wel te veel heeft. Ik zit er tussenin. Precies goed, zoals Theo altijd zei. Theo was mijn tweede en onmiskenbaar mijn grootste liefde. Op drie dagen na waren we acht jaar samen.
Vandaag is het precies twee jaar en vijf maanden geleden dat Theo is omgekomen tijdens een veldoefening. ‘Gesneuveld voor het vaderland’, werd er aan zijn graf gezegd. Saluutschoten zetten de woorden kracht bij maar ik weet het niet, ik zou eerder denken dat hij voor niets gesneuveld is. De cadetten stonden er roerloos en met ernstige gezichten bij. Na afloop werd er gefluisterd.

Ik heb de koffer van zolder gehaald en met een smak op mijn bed laten vallen. De opdwarrelende stofdeeltjes zijn als glinsterend goud in het zonlicht. Daarbuiten verdwijnen ze in het niet. Net als ik. Ashes to ashes, dust to dust. We leven en zweven wat rond en als de zon ons weet te vangen, schitteren we als glanzend goud om vervolgens weer in de schaduw van een zonloos bestaan op te gaan. Soms voorgoed.
Ik schuif de foto van Theo tussen de topjes die ik met Marleen gekocht heb. Met de twee nieuwe rokjes en een strandjurkje ben ik klaar voor de Mehmets, Mustafa’s en andere Macho’s die in Turkije op ons wachten.
Hannes heeft aangeboden ons naar Schiphol te brengen maar dat hebben we afgeslagen. Ik, omdat ik bang ben dat hij het vergeet of niet op tijd zal zijn, Marleen omdat ze in de trein onze medepassagiers jaloers wil maken met onze koffers en bestemming Schiphol. Marleen weet overal een feestje van te maken.

x