Fragment uit De cirkel is rond

Het tweede voorval had in de metro van Kiev plaats.
Ze was dertien en de lijn was nog maar net doorgetrokken naar Obolon, het stadsdeel waar zij woonden. Het was winter en Olga was eropuit gestuurd om garens en kralen te halen voor het handwerk van haar moeder. Die ochtend stond ze vooraan op het perron toen de deuren van de metro openden. Toen de mensen uitgestapt waren, schoot zij als eerste naar binnen en daar lag hij op het tweede bankje: een elegante, glanzende, witleren portemonnee. Zonder zich te bedenken liet ze zich er bovenop vallen. Pas daarna kwamen de gedachten: had iemand het gezien, hoe kon ze de portemonnee ongemerkt in haar jaszak krijgen, wat als iemand haar betrapte? Ondanks de kou brak het zweet haar uit. Moest ze de portemonnee bij de politie afgeven? Ze keek naar de mensen om zich heen. Niemand leek iets in de gaten te hebben.
Het vijfde station was een overstapstation en daarna was er vrijwel niemand meer over van de passagiers die gelijk met haar waren ingestapt. Ze schuifelde nu op het bankje heen en weer, net zolang tot ze voelde dat de portemonnee tussen de zitting en het raam schoof. Ook het zesde station was een overstapstation en het lukte haar in de drukte de portemonnee in haar jaszak te werken. Even later had ze op het perron gestaan van een station waar ze nooit eerder geweest was. Ze was als de dood dat iemand haar ineens bij haar arm zou grijpen en durfde zich nauwelijks te verroeren. Maar er gebeurde niets en nadat er een tweede metro gestopt was, liep ze met de mensenmenigte mee en zocht haar weg om weer terug te kunnen keren naar het metrostation waar zij moest zijn. Toen ze uiteindelijk op de juiste plek bovengronds kwam, sloop ze een straatje in waar ze met trillende vingers haar buit bekeek: zeven knisperende biljetten van 250 roebel en nog eens twee van 500.
Het was de eerste keer dat ze haar hoofd inzette tegen haar hart. Gevoelens van schuld, schaamte en berouw redeneerde ze weg. Iemand die zo veel geld bij zich had en het niet goed bewaakte, kon het blijkbaar wel missen. God had haar uitverkoren de portemonnee te vinden en daar waren heilige consequenties aan verbonden. Ze kon niet anders dan de ‘anonieme gift’ in nederigheid accepteren om er iets goeds mee te doen. Bovendien zwoer ze de rekening ooit te zullen vereffenen.
Ze vertelde haar ouders dat ze een baantje gevonden had in een boekhandel. Daarmee sloeg ze twee vliegen in één klap: ze kon elke dag na schooltijd nog uren wegblijven om te lezen en te studeren én ze kon haar moeder regelmatig een bundeltje roebels geven.
Ze kocht een woordenboek Russisch - Nederlands en sloeg op eigen houtje aan het studeren.

x