Fragment uit Alleen léven heeft de moed te sterven

Hij herinnerde zich de keer dat hij mokkend aan zijn moeder gevraagd had waarom ze hem ‘Ries’ genoemd had. De minachting in haar stem toen ze hem vroeg of hij dan liever Richard had geheten, had hem haastig zijn hoofd doen schudden, o, nee, Richard, dat nooit! Later had hij toch twee keer – zonder dat zijn moeder het wist – geëxperimenteerd met Richard. Eerst op de internationale school in Tokio en later op die in Helsinki, om daarna weer terug te keren naar ‘Ries’.
In Helsinki had hij met meer geëxperimenteerd dan met zijn naam alleen. Als puber werd het steeds lastiger voor hem om telkens opnieuw weer de aansluiting te vinden bij zijn klasgenoten. Op veel internationale scholen was het een komen en gaan van leerlingen en dat maakte het wel gemakkelijker, maar Helsinki was hem toch zwaar gevallen. Ongetwijfeld had het te maken gehad met het feit dat hij zich voor de zoveelste keer los had moeten maken van een heerlijke tijd in San Juan, de stad waar hij geboren was en zijn jonge kinderjaren had doorgebracht, de stad ook van zijn jeugdvriendinnetje Paula. San Juan was als een thuis voor hem gebleven, ook al reisde hij met zijn moeder al vanaf zijn zevende van stad naar stad en van school naar school, universiteit naar universiteit.
Zijn moeder was na haar opleiding op de universiteit van San Juan begonnen aan een geslaagde carrière in de wetenschapsjournalistiek. Haar enthousiaste nieuwsgierigheid en haar onstilbare honger naar kennis hadden haar van het ene project naar het andere gelokt, telkens op weer een andere, toonaangevende universiteit. Maar als ze haar artikelen ging verwerken tot een boek, was het steeds San Juan geweest waar ze zich terugtrok.

Ries had als jongetje heel wat uren in laboratoria doorgebracht waar studenten en jonge doctoren er plezier in hadden gehad hem allerlei experimenten te laten zien: van scheikundige proefjes tot grappige – en vooral onschuldige – dierproeven. Dat de dieren het minder leuk hadden dan hij als kind dacht, was iets waar hij pas veel later achterkwam. In Helsinki had hij na een korte maar intense periode van teruggetrokken eenzaamheid besloten zichzelf in één – letterlijke – klap bekend te maken. De knaller had rinkelende ramen, het ontzag van medeleerlingen en een week schorsing opgeleverd. Helaas had zijn plotsklapse populariteit niet lang geduurd: kort daarna verhuisden ze naar Berlijn. Alwaar hij zich weer Ries liet noemen.

‘Ries’ was hij dus toen hij op zijn negentiende Janine ontmoette in het museum in Leiden. Hij was als een blok gevallen voor haar kalmte en ja, voor haar degelijkheid. Het feit dat ze slechts een keer Nederland verlaten had voor een weekend in Gent, intrigeerde hem mateloos. Hij schreef zich in voor de Latijns-Amerikastudies aan de universiteit van Leiden en laafde zich aan de rustige, deugdzame Janine. Ze was in alles de tegenhanger van zijn moeder, bij haar zou hij de geborgenheid van een thuis kunnen vinden!

x